Camille Limpens lijsttrekker CDA Son en Breugel

Tijdens de algemene ledenvergadering van het CDA Son en Breugel op woensdag 22 november 2017 is Camille Limpens unaniem gekozen als lijsttrekker voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2018.

Camille Limpens is op dit moment al actief als lid van de CDA-fractie in de gemeenteraad van Son en Breugel. Camille neemt het stokje over van Hans Werner die, na bijna twee periodes in de raad, te kennen heeft gegeven niet opnieuw de lijst te willen aanvoeren. Het bestuur van het CDA Son en Breugel is verheugd dat Camille Limpens bereid is die taak van hem over te nemen; hij is uitstekend in staat het CDA geluid te laten horen. Camille is sinds 1998 lid van het CDA. Het CDA bestuur bedankt Hans Werner voor zijn grote inzet voor Son en Breugel tijdens die bijna 2 perioden in de Raad.

Achter lijstaanvoerder Camille Limpens staat op nr. 2 huidig burgercommissielid Peer Spooren en op de nrs. 3 en 4 staan Jan Boersma en Henk Hulsen.

Volgens het bestuur van het CDA Son en Breugel staat er hiermee een sterk team dat beschikt over een goede mix van ervaring en talent én breed vertegenwoordigd is in de Son en Breugelse gemeenschap.

De volledige lijst ziet er als volgt uit:

1. Camille Limpens Gentiaan

2. Peer Spooren Breugel

3. Jan Boersma Breugel

4. Henk Hulsen De Vloed

5. Mireille Bonnier Harde Ven

6. Lia den Hamer Harde Ven

7. Albert Vink Breugel

8. Ad Hensen De Vloed

9. Dick Onnink Harde Ven

10. Ciel Saris – Hulsen Harde Ven

11. Hans Werner Harde Ven

12. Tineke den Boer-Wapstra Harde Ven

13. Giel van Beers Gentiaan

14. José Reijalt-Holthuizen Gentiaan

15. Rob Conijn ‘t Zand

16. Frans Scholtens Gentiaan

17. Anne Douma De Vloed

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jan Boersma, voorzitter CDA Son en Breugel.

CDA keurt begroting 2018-2021 af

Wij hebben als enige fractie de begroting afgekeurd. Voornaamste argument van ons was de foutieve en onvolledige verwerking van de salarisverhoging als gevolg van de nieuwe CAO voor ambtenaren. Alleen door dit geknoei met de cijfers werd de begroting sluitend gemaakt.

Daarnaast hebben we in een motie voorgesteld de kostenindexen steeds te baseren op de meest recente ramingen van het Centraal Plan Bureau (CPB) in lijn met de Mei- en Septembercirculaire. Besloten is deze motie nader te bespreken in de commissie AZ. Men is niet negatief, maar wil de consequenties nader bezien. Wij verwachten dat de collega’s in de raad zullen inzien dat als gevolg van de motie de kostenramingen zullen verbeteren.

Hans Werner

Meerjaren begroting 2018-2021. Commentaar CDA

Vandaag behandelen we de laatste begroting van deze raadsperiode. Dat is maar goed ook, want het wordt steeds duidelijker dat het financieel beleid van dit College op dood spoor is beland.

Wij hebben bij de kadernota kritiek gehad op de irreëel lage indexcijfers. Het was natuurlijk onvermijdelijk dat de lonen in deze begroting als gevolg van het CAO akkoord met 3,65% werden verhoogd.

Op ons verzoek is de berekening van deze verhoging in de technische toelichting weergegeven. Hoewel dit geen avond is voor allerlei technische discussies willen we toch een nadere uitleg op die regel uit die berekening, waarin de oorspronkelijke stijging van de loonsommen van 1,4% wordt geëlimineerd. We zien daar sterk oplopende bedragen. Het blijkt dat de correctie oploopt van 1,4% in 2018 tot 2,8% in 2021. Dit vinden we merkwaardig omdat daardoor de stijging van de totale loonsom over de hele periode wordt verminderd zonder aanwijsbare reden. Graag een nadere toelichting hierover.

Bij de kadernota hebben we al aangegeven dat we de kostenindexen veel te laag vinden: in de september circulaire zien we nu dat de loonindex voor 2017 gesteld op 3,6% en voor 2018 op 2,4%. (basis: MEV van het CPB van sept. 2017)

Voor de netto materiële consumptie wordt de kostenstijging gesteld op 1,4% . Ook heel wat hoger dan de 0,8% waar in deze begroting vanuit wordt gegaan.

Wij hebben bij de kadernota voorgesteld deze indexen aan te passen aan de indexcijfers waar in de meiciculaire vanuit wordt gegaan. Het lukte toen niet om de Kadernota aangepast te krijgen. Nu we aan het begin van een nieuwe begrotingscyclus staan willen we opnieuw voorstellen voor deze cyclus de indexen te baseren op de objectieve, meest recente CPB ramingen waar in de mei/september ciculaire naar verwezen wordt. Wij zullen hiervoor een motie indienen.

Als gevolg van de verlaging van de loonkostenindex waar in de Kadernota vanuit werd gegaan, werd in het begrotingssaldo ook een besparing op de de bijdrage van S&B aan de DDV opgenomen: 43.215 voor 2018 oplopend tot 123.768 in 2021.Deze getallen zijn kennelijk niet aangepast aan de salarisverhoging van de ambtenaren CAO. Wij denken dat dit wel had moeten gebeuren. Graag commentaar van het College.

De bijdrage aan het SGE wordt nu wel als een structurele last gezien. Terecht. Dat hadden wi j in een amendement van de kadernota ook bepleit.

De beleidsdiscussie gaat dezer dagen vooral over de inrichting van het centrum van Breugel en Son.

Er moeten daarvoor veel grote investeringen worden gedaan: het vervangen van de Bongerd, de MFA, parkeren, nieuwbouw van de “de plint”, verbouwing Raadhuis etc. Deze moeten enerzijds worden gedekt uit de reserves door het creëren van dekkingsreserves en anderzijds door een groeipad dat ten laste komt van de exploitatiebegroting. De reserves slinken snel en de omvang van het groeipad blijkt van jaar tot jaar te fluctueren afhankelijk van de problemen om de exploitatiebegroting sluitend te krijgen. Dit opportunistisch ge-jojo met het groeipad vinden wij niet juist.

We zullen snel een overzicht moeten krijgen van de omvang van de voorgenomen investeringen en de ruimte die duurzaam in de exploitatie begroting gereserveerd kan worden voor het groeipad. Het groeipad mag niet van jaar tot jaar de sluitpost van de begroting zijn. De financiële ruimte die we aan deze investeringen willen geven moet ook als regelgrens voor de omvang van de investeringen gaan gelden. Die grens is nu niet duidelijk getrokken.

Wij vragen daarom het College om met een helder financieel kader voor het investeringsbeleid te komen.

De kosten van de jeugdzorg vormen een belangrijk risico. Uit allerlei perspublicaties blijkt dat dit bij veel gemeenten een groot probleem is. In de begroting lezen we dat een verwacht overschot in de WMO begroting ingezet kan worden voor het dekken van tekorten op de jeugdzorg. Maar dat mag geen vaste claim op het budget voor de WMO worden. In de risico paragraaf is wel een groot bedrag voor de jeugdzorg opgenomen, maar de risico’s zijn ook groot. Beslissingen van de rechter kunnen een enorme impact op de kosten hebben.

Zou het daarom niet wenselijk zijn om met meerdere kleine gemeenten een soort verzekering voor dit risico te creëren? Graag de mening van het College hierover.

Wij zijn positief over de klimaatbegroting. De doelstellingen kunnen een goed instrument zijn om te sturen naar CO2 reductie en dus een beter milieu. Daar zijn we een groot voorstander van.

Maar het College had ook de doelstelling om de OZB niet te verhogen. Als de klimaat doelstellingen met dezelfde trucs en kunstgrepen gehaald moeten worden als de OZB- doelstelling, dan wordt ons milieu daar waarschijnlijk niet veel beter van.

Het CDA wil een College dat streeft naar echte duurzaamheid, ook als gaat om het financiële beleid.

Fractie CDA

Motie

Motie over loon- en prijsindicatoren

De raad van Son en Breugel, in vergadering bijeen op donderdag 9 november 2017,

kennis genomen hebbend van de meerjarenbegroting 2018-2021,

Overwegende dat:

  • Reëel ramen op basis van voorzichtigheid en nauwkeurigheid het uitgangspunt moet zijn voor het opstellen van een begroting;
  • Voor de raming van de loon- en prijsontwikkeling objectieve cijfers moeten worden gebruikt;
  • Het CPB hiervoor regelmatig bijgestelde prognoses publiceert;
  • Binnenlandse Zaken bij het opstellen van de uitkeringen uit het Gemeentefonds hier ook van uit gaat;
  • Consistent gebruik van indexen in de inkomsten en uitgaven in de begroting van be-lang is;
  • In de Mei- en Septembercirculaire deze cijfers onder “nominale ontwikkelingen” wor-den gepubliceerd (met verwijzing naar de CPB publicatie waaraan ze zijn ontleend);

Besluit:

uit te spreken dat in de komende begrotingscyclus uitgegaan dient te worden van de loon- en prijsindicatoren die in de Mei- en Septembercirculaire worden genoemd, met dien verstande dat voor de Kadernota de cijfers uit de Meicirculaire (gebaseerd op CPB-CEP) genomen wor-den en voor de begroting de cijfers uit de Septembercirculaire (gebaseerd op CPB-MEV).

En gaat over tot de orde van de dag.

Son en Breugel, 9 november 2017,

Fractie CDA

Kort commentaar van het CDA op de begroting

Een duurzame begroting???

Er is dit jaar een start gemaakt met een klimaatbegroting. Op zich goed nieuws. Het CDA is vóór duurzaamheid en een schoon milieu.

Maar wij willen ook een duurzaam financieel beleid dat op langere termijn onze financiële situatie gezond houdt. Dat wordt met deze begroting niet bereikt. Alleen met kunstgrepen en trucs wordt de begroting sluitend gemaakt zonder de onroerend goed belasting te verhogen. Om dat te bereiken werd o.a de kostenstijging te laag ingeschat.

Naarmate de werkelijkheid deze begroting achterhaalt, zal duidelijk worden dat het evenwicht tussen inkomsten en uitgaven geen stand houdt.

Maar tot de verkiezingen moet de schone schijn worden opgehouden.

Hans Werner, CDA