Kadernota

CDA wijst Kadernota af.

Wij hebben vastgesteld dat de financiële situatie van Son en Breugel snel slechter wordt. Het College wil die problemen verborgen houden door de lasten veel te laag in te schatten. Met een aantal amendementen wilden wij bereiken dat de kadernota wel een realistisch beeld van de financiële situatie zou geven. Echter deze amendement haalden het niet in de raad. Bij gevolg hebben wij de kadernota afgewezen.

Door een aantal partijen werd voorgesteld het zwembad dit jaar met 60.000 eur en volgend jaar met 120.000 eur te steunen. Wij willen ook graag het zwembad behouden, maar vinden dat een beslissing over dit soort grote bedragen alleen genomen kan worden als je de financiële gevolgen goed kunt overzien. Deze kadernota bood dat overzicht niet. Voor ons was dat de reden waarom we dat voorstel niet konden steunen.

Bijgaand onze algemene beschouwingen.

Algemene beschouwingen CDA bij de kadernota 2017-2021

Het is gebruikelijk in de algemene beschouwingen commentaar te geven op het beleid van het College en daarnaast opmerkingen te maken over de financiële kaders voor de begroting.

Maar de discussie over het beleid heeft voor ons vandaag geen prioriteit. Wat betreft de bestuurlijke toekomst hebben we al aangegeven dat wij als zelfstandige gemeente willen verder gaan en dat de besluitvorming vóór  1 juli afgesloten had kunnen worden. Over het MFA wordt na de vakantie nog uitgebreid gesproken.

Wat ons betreft gaat het daar vanavond niet over. Wij zijn  van mening dat alle aandacht moet uitgaan naar onze financiële situatie. Daar worden grote problemen zichtbaar. Het  negatieve saldo voor 2017 is al een veeg teken.

Als we kijken naar de financiële uitgangspunten voor de komende jaren, wekt de verlaging van de kostenindexen onmiddellijk verbazing. De loonkosten index wordt verlaagd naar 1,4% en materiële index naar 0,8%.

Bij een inflatieniveau van de consumptieprijzen  van rond 1,5 % wordt dus aangenomen dat de ambtenarenbonden  in de lopende  CAO onderhandelingen genoegen zullen nemen met een  verdere vermindering van koopkracht voor de komende jaren. En dat terwijl de economie groeit, het goed gaat met de overheidsfinanciën, de IMF en andere financiële autoriteiten niet alleen ruimte zien voor loonstijgingen ,maar verhoging van de koopkracht ook wenselijk vinden. Dat de vakbonden daarmee akkoord gaan is dus erg onwaarschijnlijk. (het op 4 juli bereikte CAO akkoord bevestigt dit. Er werd een loonstijging van 3,25% overeengekomen)

Ook het niveau van de materiële kosten index is achterhaald.

In deze opvatting staan we niet alleen. Ook het Centraal Plan Bureau (CPB) heeft deze parameters bijgesteld. In het Centraal Economisch Plan (CEP) van Maart 2017 werd voor 2018 de index voor de beloning van werknemers in de sector overheid geraamd op 2,4% en de netto materiële overheidsconsumptie (imoc) op 1,6% . De meicirculaire is gebaseerd op deze bijgestelde cijfers van het CPB.

Het is duidelijk dat de kostenindexen toegepast in de kadernota achterhaald zijn en naar boven zullen moeten worden bijgesteld. Wij zullen daarom een amendement indienen met het voorstel om de indexen aan te passen en daarbij van de Meicirculaire uit te gaan.

We komen dan op een gewogen kosten ontwikkeling van 2,0%: een stijging t.o.v. de begroting 2017 van 0,4 % i.p.v. een daling van 0,5 %.

Dat betekent dat niet alleen het voordeel van de verlaging vervalt, maar ook de kostenstijging van 0,4% moet worden begroot. Het gaat om grote bedragen en het gevolg hiervan is dan ook dramatisch: het begrotingssaldo wordt voor de komende jaren zwaar negatief.

Vervolgens zien we dat bij het “voorgesteld nieuw beleid  dat nog apart aan de raad moet worden voorgelegd”  jaarlijks een bedrag van 100.000 eur uitgetrokken wordt voor de intensivering van de samenwerking in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). Voorgesteld wordt dit te dekken uit de vrije bestedings reserve. Dit is absoluut onjuist. Het gaat hier om een structurele uitgave vergelijkbaar met de bijdrage aan het SRE financieringsfonds van destijds. Dat werd toen ook als een structurele uitgave gezien. We zullen ook hier een amendement voor indienen.

De consequentie hiervan is dat de lasten voor de post “voorgesteld beleid dat nog apart wordt voorgelegd  aan de raad” met 100.000 eur moeten worden verhoogd. Hiermee zakken we nog dieper in het rood.

Tenslotte nog een vraag over een andere regel uit deze rubriek. We zien dat jaarlijks een bedrag van 250.000 eur begroot wordt voor WMO uitgaven. In de afgelopen jaren werd er in de begroting vanuit gegaan dat de uitgaven voor de WMO door de uitkering hiervoor worden gedekt. In de jaarrekening 2016 bleek dit ook daadwerkelijk het geval te zijn.

Vraag: Betekent deze post dat het College er van uit gaat dat de WMO uitgaven de uitkering hiervoor structureel gaan overschrijden?

Voorzitter,

We hebben duidelijk grote financiële problemen. Er valt niet te ontkomen aan pijnlijke keuzes. Verhoging van de OZB lijkt onvermijdelijk. Zeker als je bedenkt dat ook nog overwogen wordt het zwembad jaarlijks met 120.000 eur. te subsidiëren, de eigen bijdrage van de WMO voorzieningen te verlagen en een hoog bedrag uit te trekken voor een duurzaamheidsprogramma  De besluitvorming hierover moet plaatsvinden vanuit een realistisch beeld van onze financiële mogelijkheden.

Het is verbijsterend te moeten constateren dat in deze Kadernota de harde werkelijkheid van onze financiële situatie volledig wordt weggestopt door een aantal structurele lasten veel te laag begroten.

Wij lezen in de begroting 2017 onder programma 12: Algemene dekkingsmiddelen het volgende:

–          Portefeuillehouder: Tom van den Nieuwenhuijzen

–          Beoogd maatschappelijk effect: financieel huishouden goed op orde

–          Operationele doelstelling: voorzichtig en reëel begroten

Van dat laatste is in deze Kadernota absoluut geen sprake.

Wij willen de portefeuillehouder nadrukkelijk wijzen op zijn verantwoordelijkheid en dringen er op aan deze nota overeenkomstig onze voorstellen aan te passen. Deze amendementen zijn niet politiek, maar financieel-technisch van aard. Ze zijn een voorwaarde om zijn eigen doelstellingen te bereiken in het belang van ons allemaal.

De cijfers in deze nota zullen er drastisch door veranderen, maar de discussie over het beleid kan dan tenminste binnen een reëel financieel kader gevoerd worden en dat is nodig om het financiële huishouden goed op orde te krijgen.

Fractie CDA

Amendement kostenindexen

Amendement bijdrage SGE.

Amendement 2

Amendement over de loon- en materiële kosten  index.

De raad van Son en Breugel, in vergadering bijeen op donderdag 6 juli 2017,

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 juni 2017, bijlage nr.: 37 – 2017, Kadernota, inclusief 1e brap;

Kennis genomen hebbend van de kadernota 2017-2021,

Overwegende dat:

  • De voorgestelde kostenindexen op pag. 11 van de Kadernota gebaseerd zijn op verouderde CPB  cijfers uit 2016
  • Het CPB deze cijfers inmiddels heeft bijgesteld in het Centraal Economisch Plan (CEP)2017 (maart 2017
  • De Meicirculaire 2017 ook uitgaat van  deze cijfers van  het CPB
  • Door het gebruik van de achterhaalde kostenindexen de verwachte loon en materiële kosten in 2018 niet door de begroting kunnen worden gedekt.
  • Reëel ramen op basis van voorzichtigheid en nauwkeurigheid het uitgangspunt moet zijn voor het opstellen van een begroting,
  • Door het gebruik van de indexen uit de Meicirculaire een grotere consistentie in de ramingen van de inkomsten en uitgaven wordt bereikt,

 

Besluit:

Het voorstel van het college van burgemeester en wethouders in die zin aan te passen, dat bij punt 1. na “….. begroting 2018 – 2021” wordt toegevoegd:

 

, met dien verstande dat de kostenindexen aangepast worden en de waarden overgenomen worden van de Meicirculaire 2017, te weten:

o   Voor de loonkosten : 2,4%

o   Voor de netto materiële consumptie : 1,6%”

 

En gaat over tot de orde van de dag.

Son en Breugel, 6 juli 2017

 

Fractie CDA

 

 

 

 

 

Amendement 1

Amendement over de jaarlijkse bijdrage aan het Stedelijk Gebied Eindhoven

 

De raad van Son en Breugel, in vergadering bijeen op donderdag 6 juli 2017,

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 juni 2017, bijlage nr.: 37 – 2017, Kadernota, inclusief 1e berap;

Kennis genomen hebbend van de kadernota 2017-2021,

Overwegende dat:

  • De voorgestelde jaarlijkse bijdrage aan het Stedelijk Gebied Eindhoven van 100.000 euro een structureel  karakter heeft net als destijds de bijdrage aan het SRE- financieringsfonds
  • Structurele kosten structureel en dus niet uit de reserves gedekt horen te worden.
  • De commissie BBV hierover ook in die richting aanwijzingen heeft gegeven in de notitie “structurele en incidentele baten en lasten” (2012)

 

Besluit:

 

Het voorstel van het college van burgemeester en wethouders in die zin aan te passen, dat

bij punt 3. na “….. bijlage 1 en 2)” wordt toegevoegd:

 

, met dien verstande dat de voorgestelde jaarlijkse bijdrage aan het SGE niet uit de reserve vrij besteedbaar wordt gedekt, maar als structurele kosten ten laste worden gebracht van de begroting.”

 

En gaat over tot de orde van de dag.

Son en Breugel, 6 juli 2017

Fractie CDA