Afronding oordeelsvorming

Wij zijn deze fase van oordeelsvorming ingegaan met een voorkeur voor het zelfstandig voortbestaan van onze gemeente en hadden daarbij de volgende vragen:

–        Hoe kunnen we het mogelijk maken dat we zelfstandig blijven?

–        Hoe denken de burgers hierover.

Vandaag ligt het voorstel voor om deze fase af te sluiten.

Wij denken dat deze fase nuttig is geweest en bruikbaar materiaal heeft opgeleverd om de besluitvormende fase in te gaan.

Wij zijn het eens met de voorgestelde criteria voor de besluitvorming. Gezien het grote belang dat we hieraan hechten zouden we  het groen houden van onze directe leefomgeving als criterium willen toevoegen.

Duidelijk is dat de inwoners op de bijeenkomsten en in hun reacties zich in grote meerderheid voor  zelfstandigheid hebben uitgesproken. Een zeer betekenisvolle boodschap, maar tegelijk is de opmerking gerechtvaardigd dat het aantal reacties op het totaal van de bevolking klein is en dit niet als meerderheids standpunt kan worden gezien. Een bestuurlijke herindeling lijkt inderdaad minder dan in het verleden de samenleving te beroeren.

Het” vraag en antwoord “stuk is nuttig maar is wat erg vlot en tendentieus ingevuld. Het commentaar  over Ekkersrijt lijkt in tegenspraak met wat daarover is geschreven in de verdieping over economie. Opmerkelijk is natuurlijk de herberekening van de kostenconsequenties voor DDV indien Nuenen zich daaruit terugtrekt. De cijfer dat BMC had berekend was bedoeld als argument vóór een fusie met Nuenen, maar bleek ook een argument voor de opheffing van de DDV. Dus gauw een nieuwe berekening opzetten die tot een fractie van dat bedrag komt. BMC wilde het College ook al behulpzaam zijn met een foutieve berekening van de woonlasten in Eindhoven.

Interessant waren de gesprekken met de vertegenwoordigingen van de gemeenten: Nuenen, Waalre en Eindhoven.

In het gesprek met Nuenen viel ons op dat het besluit voor een fusie nader werd genuanceerd: er was weliswaar een voor keur voor deze variant uitgesproken, maar een uiteindelijke keuze voor zelfstandigheid was nog niet definitief van tafel.

Gezien het feit dat tevens werd gerapporteerd dat het financieel en bestuurlijk aanzienlijk beter gaat met Nuenen, vragen wij ons af of het besluit om de zelfstandigheid op te geven niet te snel genomen is. Het scenario :  “samen,allebei, zelfstandig blijven”. Zou wat ons betreft nog eens serieus moeten worden overwogen.

Het gesprek met Waalre bood een inspirerend inzicht in de manier waarop deze gemeente samen met de inwoners een zelfstandige koers will varen. Belangrijke voorwaarde is wel dat raad en College ondanks verschil in politieke opvattingen dit als basisuitgangspunt steunen.

Eindhoven stelde in het gesprek nadrukkelijk dat zij niet streeft naar herindeling en dat het geheel aan de randgemeente zelf is om hierover met Eindhoven in gesprek te gaan. Eindhoven gaf aan oog te hebben voor het belang van hechte lokale gemeenschappen en daar bestuurlijke ruimte aan te willen bieden.

Echter indien een randgemeente besluit niet zelfstandig te willen voortgaan, dan moet deze gemeente bij Eindhoven komen. Wij begrijpen hieruit dat Eindhoven zich tegen een fusie van Nuenen met Son en Breugel verzet.

In het gesprek met Eindhoven kwam ook de regionale samenwerking aan de orde.  Een slagvaardige regionale bestuursstructuur vinden wij van groot belang.Overdracht van taken en bevoegdheden is daarbij voor ons bespreekbaar. Maar een zoektocht naar een innovatieve structuur voor de democratische legitimatie krijgt geen steun van Eindhoven. Een proeftuin in het kader van de nota “Maak verschil”van Binnenlandse zaken bleek te zijn gestopt. Eindhoven lijkt ook niet bereid om zelf taken over te dragen aan een regionale autoriteit. Verder werd duidelijk  dat ook voor Eindhoven het rapport Demmers definitief in de prullenbak hoort.

Wij zijn benieuwd hoe deze opvattingen doorklinken in het evaluatieproces van de Samenwerking in het Stedelijk Gebied en de MRE. Wellicht kan de burgemeester ons daar iets meer over vertellen.

Hoe nu verder?

In  Nuenen is besloten om de besluitvorming uit te stellen tot november. Graag horen we  of de provincie hier mee instemt. Zij vroegen immers om een besluit vóór 1 juli.

Tot nu toe hebben wij begrepen dat Son en Breugel en Nuenen ieder een op zich zelf staand proces voor de besluitvorming hebben. Nuenen zou op 22 juni beslissen. Wij eind augustus.Het besluit van Nuenen zou dan uiteraard een gegeven zijn.

De vraag komt op: houden we ieder onze eigen processen met onze eigen timing aan of wordt het feitelijk een gezamelijk proces met als vraagstelling: samen fuseren of samen naar eindhoven?

Zou het niet beter zijn het hele besluit een paar jaar uit te stellen? Voorlopig samen, allebei  zelfstandig blijven. Dan is meer duidelijk over de regionale bestuurlijke context  en krijgt Nuenen de kans zich verder te versterken.

Tot zover onze bijdrage in eerste termijn.

Hans Werner